Deel 1: Voort­gang doe­len Hoo­geveen

Deel 1: Voortgang doelen Hoogeveen

CO₂​ uit­stoot

Let op: De methodiek voor het bepalen van de CO₂ uitstoot in Hoogeveen is in 2017 gewijzigd t.o.v. vorige edities. Dit heeft geleid tot een hogere CO₂ uitstoot in Hoogeveen. Klik hier voor een nadere toelichting.

Doelstelling

Sinds de vaststelling van het beleidsplan ‘Gemeente Hoogeveen CO₂ neutraal’ in 2009 heeft de gemeente de ambitie om 100% CO₂ neutraal te zijn in 2040. 

Ontwikkeling CO₂​ uitstoot totale gemeente
Onderstaande figuur toont de ontwikkeling van de CO₂ uitstoot in de gemeente Hoogeveen. Het betreft alle CO₂ uitstoot die is te relateren aan het fossiele energiegebruik in de gemeente Hoogeveen. De CO₂ uitstoot is berekend door het energiegebruik in de gemeente Hoogeveen per fossiele energiedrager te vermenigvuldigen met de CO₂ uitstoot per eenheid energie per energiedrager. De CO₂ uitstoot is verdeeld in drie categorieën. Onderstaand figuur toont de ontwikkeling van de CO₂ uitstoot per jaar in de periode 2014 t/m 2017.

Figuur: Ontwikkeling CO₂​ uitstoot gemeente Hoogeveen

De totale uitstoot in de gemeente Hoogeveen bedraagt 496,7 kton in 2017. Dit is iets lager dan de uitstoot in 2016 (505,3 kton). Dit komt zowel door een verlaging van het totale energiegebruik als een groei van het aandeel hernieuwbare bronnen in de energiemix.

Aan­deel her­nieuw­ba­re ener­gie

Naast CO₂ uitstoot is het aandeel hernieuwbare energie een belangrijke indicator waarmee de voortgang van de energietransitie kan worden gemeten. Het aandeel hernieuwbare energie geeft aan welk deel van het energiegebruik is opgewekt d.m.v. hernieuwbare energiebronnen.

Ontwikkeling aandeel hernieuwbare energie totale gemeente
Onderstaande figuur toont de ontwikkeling van het aandeel hernieuwbare energie in de gemeente Hoogeveen. 

Figuur: Ontwikkeling aandeel hernieuwbare energie gemeente Hoogeveen

Het aandeel hernieuwbare energie in de gemeente Hoogeveen excl. wind op zee bedraagt 3,3% in 2017. Dit betekent dat de totale hoeveelheid hernieuwbare energie die in de gemeente Hoogeveen is geproduceerd en vervolgens nuttig is gebruikt (in de gemeente Hoogeveen of elders in Nederland) overeenkomt met 3,3% van het totale energiegebruik in de gemeente Hoogeveen. Indien ook het deel van de stroomproductie door windmolens op zee dat aan Hoogeveen is toe te rekenen (zie windenergie voor een nadere toelichting) wordt meegenomen, dan bedraagt het aandeel hernieuwbare energie 3,8% in 2017. Het aandeel hernieuwbare energie is in 2016 en 2017 beduidend harder gegroeid dan in voorgaande jaren. Zowel de hoeveelheid hernieuwbare energie die in de gemeente Hoogeveen is geproduceerd als de stroomproductie van windmolens op zee is in beide jaren gegroeid.

Ben­ch­mark

Landelijk wordt de voortgang van de energietransitie gemeten aan de hand van het aandeel hernieuwbare energie. Landelijk wordt ingezet op 14% hernieuwbare energie in 2020 en 16% hernieuwbare energie in 2023.  Om de voortgang van de energietransitie in de gemeente Hoogeveen in perspectief te plaatsen, is de ontwikkeling van het aandeel hernieuwbare energie in de gemeente Hoogeveen afgezet tegen de ontwikkeling van het aandeel hernieuwbare energie in Nederland.

Figuur: Benchmark aandeel hernieuwbare energie (incl. wind op zee)

Uit de benchmark blijkt dat het aandeel hernieuwbare energie in de gemeente Hoogeveen lager is dan het landelijke gemiddelde. Dit komt vooral door het ontbreken van grootschalige hernieuwbare energieproductielocaties in de gemeente Hoogeveen, zoals grootschalige windturbines en grootschalige biomassaverbranding en -vergisting. Het gemiddelde energiegebruik per inwoner is in de gemeente Hoogeveen namelijk wel iets lager dan het landelijke gemiddelde. In de afgelopen jaren is het verschil tussen Hoogeveen en het landelijke cijfer wel afgenomen.

Prog­no­se

Door de huidige CO₂​ uitstoot en het huidige aandeel hernieuwbare energie te koppelen aan het effect van geplande duurzaamheidsprojecten die in de komende jaren nog worden uitgevoerd in de gemeente Hoogeveen, is de ontwikkeling van de CO₂​ uitstoot het aandeel hernieuwbare in de komende jaren geprognosticeerd. Op dit moment is de prognose enkel gebaseerd op duurzaamheidsactiviteiten die worden uitgevoerd door de gemeentelijke organisatie of waar de gemeentelijke organisatie op enige wijze bij betrokken is.

Enkel duurzaamheidsprojecten waarvan de omvang van het effect kan worden vastgesteld, zijn meegenomen in de prognose. Duurzaamheidsprojecten waarvan de omvang van een effect niet is vastgesteld (effect: onbekend) of die een indirect effect hebben, zijn niet meegenomen in de prognose. Verder is de aanname gehanteerd dat autonome ontwikkelingen zoals bevolkingsontwikkeling, economische groei of stagnatie, weersinvloeden et cetera de CO₂​ uitstoot en het aandeel hernieuwbare energie niet beïnvloeden.

De volgende projecten zijn meegenomen in de prognose:

  • Zonnepark Pesse (Zwartewater)
  • Zonnepark Noordscheschut (Coevorderstraatweg)
  • Zonnepark Hoogeveen (Oosterveld)
  • Zonnepark Fluitenberg (Gijsselterweg)
  • Zonnepark Fluitenberg (Fluitenbergseweg)
  • Zonnelening 2018
  • Waterkrachtcentrale Nieuwebrugsesluis

Prognose CO₂​ uitstoot​

De prognose laat zien dat door bovenstaande projecten de CO₂​ uitstoot in de gemeente Hoogeveen afneemt met 48,9 kton tot 447,9 kton in 2021. Dit komt neer op een daling van 9,8%.

Figuur: Prognose ontwikkeling CO₂​ uitstoot gemeente Hoogeveen

Prognose aandeel hernieuwbare energie

De prognose laat zien dat door bovenstaande projecten het aandeel hernieuwbare energie in de gemeente Hoogeveen stijgt van 3,8% in 2017 naar 9,4% in 2021.

Figuur: Prognose ontwikkeling aandeel hernieuwbare energie gemeente Hoogeveen

Toe­lich­ting

De methodiek om de ontwikkeling van de CO₂ uitstoot (afgeleid van het fossiele energiegebruik) en het aandeel hernieuwbare energie inzichtelijk te maken, is in onderstaand kader nader toegelicht.

Toelichting methodiek berekeningen

Energiegebruik, hernieuwbare energiegebruik en aandeel hernieuwbare energie

Voor het bepalen van het energiegebruik en hernieuwbare energiegebruik en het daaruit voortkomende aandeel hernieuwbare energie zijn Europese richtlijnen opgesteld. De Richtlijn Energie uit Hernieuwbare bronnen (2009/28/EG) omschrijft op basis van welke methoden EU lidstaten het aandeel hernieuwbare energie kunnen berekenen. Het CBS hanteert voor het berekenen van het aandeel hernieuwbare energie de bruto eindverbruik methode. Bij deze methode wordt het finale energiegebruik (gebruik van energie voor verwarming, verlichting of als krachtbron) als uitgangspunt genomen (= noemer). De energie die nodig is voor omzetting van energiedragers in een andere nuttige bruikbare energiedrager (bijvoorbeeld de inzet van kolen of gas voor de productie van elektriciteit in een elektriciteitscentrale) en het gebruik van een energiedrager voor het maken van een product dat geen energiedrager is en waarbij de voor het productieproces gebruikte energie in het product aanwezig blijft  (bijvoorbeeld het gebruik van olie als grondstof voor plastic of aardgas als grondstof voor kunstmest) wordt in de bruto eindverbruik methode buiten beschouwing gelaten.

Vervolgens wordt gekeken welk deel daarvan van hernieuwbare bronnen afkomstig is (= teller). Er is daarbij onderscheid te maken tussen zes hernieuwbare energiebronnen:

  • Energie uit biomassa
  • Windenergie
  • Zonne-energie
  • Bodemenergie
  • Aerothermische energie (=buitenluchtwarmte)
  • Energie uit water(kracht)

Voor het bepalen van de hoeveelheid hernieuwbare energie en het aandeel hernieuwbare energie is niet alleen hernieuwbare energieproductie relevant, maar ook  de mate waarin deze hernieuwbare energie wordt gebruikt door energiegebruikers in Nederland. Dit houdt bijvoorbeeld in dat export van biobrandstoffen of hernieuwbare warmte die niet nuttig wordt aangewend, niet meetellen in het aandeel hernieuwbare energie. Het is dan wel geproduceerd, maar niet nuttig gebruikt.

In deze monitor hanteren we eveneens de bruto eindverbruik methode voor het bepalen van energiegebruik, hernieuwbare energiegebruik en het aandeel hernieuwbare energie, zodat het aandeel hernieuwbare energie in Hoogeveen vergelijkbaar is met het landelijke cijfer en aansluit op internationale afspraken.

CO₂ uitstoot

De CO₂ uitstoot is berekend door het reeds vastgestelde energiegebruik dat afkomstig is uit fossiele energiebronnen te vermenigvuldigen met emissiefactoren per eenheid energie per energiedrager. Hiervoor zijn landelijk vastgestelde emissiefactoren gebruikt. Let op: deze methodiek wijkt af van de wijze waarop de CO₂ uitstoot in deze monitor eerder werd berekend. Dit is hieronder nader toegelicht.

In de vorige editie zijn gegevens van de Nederlandse Emissieregistratie gebruikt als bron voor de uitstoot in Hoogeveen. Nadeel van deze bron is dat er nog geen cijfers voor 2015 beschikbaar zijn. De Nederlandse Emissieregistratie rekent emissies door elektriciteitsgebruik bovendien toe aan de plek waar energiedragers worden omgezet in elektriciteit. Op dit moment zijn dit nog vooral de elektriciteitscentrales die elders in het land staan. Dit is conform internationale richtlijnen, maar gevolg is ook dat projecten gericht op het verduurzamen van de elektriciteitsvoorziening volgens deze methodiek geen impact hebben op de uitstoot in Hoogeveen. Om de duurzaamheidsambities van Hoogeveen beter te kunnen volgen is er daarom voor gekozen om de emissies die zijn te relateren aan het elektriciteitsgebruik in Hoogeveen, ook toe te rekenen aan Hoogeveen (terwijl de uitstoot in feite in de elektriciteitscentrales plaatsvindt). Voordeel van deze aanpassing is bovendien dat de ontwikkeling van het aandeel hernieuwbare energie en de ontwikkeling van de  CO₂ uitstoot op dezelfde wijze in kaart zijn gebracht. Hierdoor is de CO₂ uitstoot in deze editie van de monitor beduidend hoger dan de CO₂ uitstoot in de vorige editie.

Lees meer